Roepen aan de zijlijn

    1
    275

    Leestijd: 2 minuten.

    Een partij waarover je weinig hoort en leest, maar die niettemin steeds populairder wordt, is de Partij voor de Dieren. Bij de Tweede Kamerverkiezingen haalde ze 5 zetels, een winst van 3. Ook bij de gemeenteraadsverkiezingen van 21 maart deed de PvdD het buitengewoon goed. Ze ging van 12 naar 33 raadszetels.

    Toch blijft de partij in alle achttien gemeenten waar ze in de raad kwam buiten het college van B en W, blijkt uit een rondgang van NRC Handelsblad. Volgens de krant toont de PvdD ze zich ‘niet erg happig om tot colleges toe te treden, omdat dan veel compromissen gesloten moeten worden’. Anders gezegd: de partij zit liever in de oppositie dan ook maar een druppeltje water bij de wijn te doen.

    Uiteraard formuleren haar vertegenwoordigers dat anders. Zo zegt de Nijmeegse PvdD-fractieleider Michelle van Doorn in NRC: “De andere partijen durven ons politieke programma nog niet aan.” Wat ze eigenlijk bedoelt is: wij willen alleen meebesturen als we voor 100 procent onze zin krijgen.

    Dat laatste kan natuurlijk niet in een land waar het kiessysteem politieke partijen per definitie dwingt samen te werken en dus een deel van het eigen gelijk in te leveren. Wie daartoe niet bereid is, blijft altijd aan de zijlijn staan roepen dat de rest niet deugt.

    De PvdD is niet de enige politieke formatie die nog nooit geregeerd heeft. Voor een groot deel van de partijen in de huidige Tweede Kamer geldt hetzelfde: PVV, GroenLinks (al maakte voorloper PPR wel deel uit van het kabinet-Den Uyl), SP, SGP, 50PLUS, DENK en FVD.

    Voor die laatste drie geldt dat ze nog niet zo lang bestaan, hun tijd komt wellicht nog. De SGP heeft op ethisch gebied zulke afwijkende standpunten dat ze ook niet snel voor coalitievorming zal worden uitgenodigd. Die orthodox-christelijke partij heeft trouwens maar een beperkt electoraat en zal waarschijnlijk nooit meer dan 3 zetels halen, waarmee ze geen grote machtsfactor vormt. Bovendien staat de SGP doorgaans wel open voor het verlenen van gedoogsteun aan kabinetten.

    GroenLinks is zeker niet bij voorbaat weigerachtig om te regeren. Vorig jaar nam deze partij wekenlang deel aan coalitiebesprekingen, waarbij ook ideologische tegenpolen als VVD en CDA aan tafel zaten. De SP geeft (formeel in elk geval) ook steeds te kennen dat ze tot een kabinet zou willen toetreden. Deze twee linkse partijen zijn bovendien vrij ruim in gemeentelijke colleges vertegenwoordigd.

    Zelfs de PVV zegt bereid te zijn op het pluche plaats te nemen, al zwijgt partijleider Geert Wilders over de vraag tot welke compromissen hij dan bereid zou zijn. Overigens hield de PVV van 2010 tot 2012 als gedoogpartner (en in feite halve regeringspartij) het minderheidskabinet Rutte I in het zadel.

    Zo bezien neemt de PvdD een uitzonderlijke positie in in het politieke landschap. Wie op deze partij stemt, kiest bij voorbaat voor oppositievoeren. Blijkbaar is er ook voor dergelijke partijen een markt. Want in de landelijke opiniepeilingen zet de groei van de PvdD onverminderd voort. Virtueel staat ze inmiddels op 7 à 8 zetels. Nooit draaien kun je star noemen, electoraal lijkt het niet onverstandig.

    1 REACTIE

    1. We moeten in ogenschouw nemen dat wat nu oppositievoeren is volgend jaar meeregeren wordt. De invloed van oppositie-partijen wordt ongekend groot omdat in het bekende politieke systeem de anomalie ontstaat van een minderheidsregering in de Eerste Kamer. Het bekende ‘de gelederen gesloten houden’, koste wat het kosten mag, bestaat dan niet meer. De coalitie is verplicht op elk onderwerp met een deel van de oppositie te onderhandelen.
      Tegen deze aankomende achtergrond is oppositievoeren niet per se ‘geen enkele invloed hebben’ op regeringsbeleid. Het is zelfs waarschijnlijk dat de geconstateerde anomalie – gezien de voortzettende versplintering en die ondertussen eigenlijk een herschikking van het politieke landschap inhoudt – zelfs bij de volgende Tweede Kamerverkiezingen voortzet.
      M.a.w. er breek – nationaal – een nieuw politiek tijdperk aan van minderheidsregeringen….
      Anderzijds: de mensen kiezen steeds duidelijker voor een doelstelling. Want bij de centrale partijen verwateren de doelstellingen in vage compromissen die zoveel tinten grijs kent dat men zich er niet meer in herkent. Gezien de ervaring met de ‘memorabele’ afschaffing van de dividendbelasting, die in geen enkel verkiezingsprogramma stond en puur het VVD kartelbelang dient – naar bedrijven als Shell en Unilever – kan je je afvragen wat het nut nog is om – politiek – nog op 50 tinten grijs te stemmen? Men stemt immers voor politieke idealen…
      Nu stem je voor iets – bij de ‘centralisten’ – wat er (in de verkiezingsprogramma’s) niet was en nu toch is… Puur voor de belangen van multinationale Nederlandse bedrijven. Maar daarvoor stemde men toch in het geheel niet??
      Wat kan je als kiezer daarmee in ‘hemelsnaam’ politiek beginnen??? Dan stem je – teleurgesteld – maar beter niet, of voor echte idealen ook al is het dan oppositie. Beter aan de zijlijn met idealen dan voor het lot der dieren dan voor de aandeelhouders van multinationals…. Grijs en grauw ben je dan in ieder geval niet. Daarmee kleur je politiek – voorlopig nog even – ‘van de zijlijn’ tenminste het democratische landschap. Nog even…
      Want verandering hangt in de lucht.

      NASCHRIFT REDACTIE: De twee voorgaande kabinetten hadden ook geen meerderheid in de Eerste Kamer, dus zo nieuw is het allemaal niet.

    Comments are closed.