Rutte III: Stef Blok

    2
    505

    Leestijd: 4 minuten.

    De momenteel meest omstreden minister van Rutte III staat niet op de familiefoto. Stef Blok (53) was zich nog aan het bezinnen over wat hij met de rest van zijn leven ging doen, toen het kabinet met de koning op het bordes stond. Na bijna 20 jaar in de politiek was hij toe aan iets wat je een verbreding van de horizon kan noemen. Werken en leven op en rond het Binnenhof leidt op den duur onherroepelijk tot ernstige blikvernauwing.

    De retraite duurde niet lang. Toen partijgenoot Halbe Zijlstra (VVD) moest aftreden als minister van buitenlandse zaken (BZ) omdat hij had gelogen over een verzonnen bezoek aan het buitenhuis van de Russische president Vladimir Poetin, deed minister-president Mark Rutte een beroep op Blok. Rutte wist dat het niet vergeefs zou zijn. En inderdaad, na overleg met zijn vrouw ging Blok naar het ministerie dat voor hem onbekend terrein was.

    Voor iemand als Blok is dat geen bezwaar. Hij is wat de Duitsers een ‘braver Parteisoldat’ noemen. Hij doet zijn werk zonder ophef. Hij kent zijn plaats, is niet ijdel en lijdt dus niet aan de grote kwaal van de meeste politici, onbedwingbare profileringsgeilheid. Politici als Blok en de inmiddels afgezwaaide Henk Kamp zijn hun gewicht in goud waard. Betrouwbaar, multi-inzetbaar, werken zich snel in en kennen altijd hun dossiers. Vandaar dat er regelmatig werd verzucht, waren er maar meer politici als Stef Blok. Politiek zonder poeha, een verademing in deze barre twittertijden.

    Dankzij deze eigenschappen werd Blok Kamerlid, fractievoorzitter en minister in Rutte II. Wat hij ook deed, het ministerie van wonen en rijksdienst, en als interim op veiligheid en justitie (twee keer) waar drie partijgenoten sneuvelden door de ‘bonnetjesaffaire’ en binnenlandse zaken, Blok deed het naar behoren.

    Toen hij aantrad op BZ kon je dan ook horen: het ministerie is in goede handen. Gebrek aan buitenlandervaring was geen punt. Blok zou zich het dossier gauw eigen maken. Bovendien, de echte buitenlandse politiek wordt allang niet meer gemaakt door de minister. Dat is het werk van de minister-president. Op buitenlandse zaken heb je iemand nodig die hem daarbij niet hinderlijk voor de voeten loopt. Blok kon aan de slag.

    En toen was er opeens een heuse affaire rond Stef Blok. Tijdens een bijeenkomst van medewerkers van internationale organisaties had Blok zijn gedachten over een paar hete hangijzers de vrije loop gelaten. Over de multiculturele samenleving, – hij kende geen land waar mensen met een verschillende culturele achtergrond vreedzaam samenleven -.  En over Suriname dat hij om die reden een ‘failed state’ noemde. De bijeenkomst was besloten maar de uitspraken werden gelekt en de verwachte storm van verontwaardiging stak op.

    Over de uitspraken zelf is discussie mogelijk. Als Blok zegt dat een samenleving ‘snel tegen de grenzen aanloopt als er veel buitenlandse migranten verblijven’ verwijst hij naar een ervaringsfeit. Suriname kun je gerust een ‘failed state’ noemen, maar niet om de reden die Blok noemde. Het is misschien geen ethnisch paradijs, maar de verschillende bevolkingsgroepen slaan elkaar niet dagelijks de hersens in. Politiek is het een ander verhaal met een president die betrokken was bij de decembermoorden van 1982 en op de zwarte lijst van Europol staat.

    Het was dus vooral politiek onhandig en naïef wat Blok zei. Je kon er donder op zeggen dat iets dat maar even zweemt naar omstreden tegenwoordig meteen aan de grote klok hangt. Dan kun je later nog wel je excuses maken, de schade is aangericht. (Een wrang-ironische noot terzijde: Blok heeft ooit in een grijzer verleden de multiculti-samenleving redelijk geslaagd  genoemd).

    En alsof het nog niet genoeg was, begonnen ook de ambtenaren van zijn eigen department zich te roeren. Ze waren ongelukkig met de uitspraken van de minister en werd ook een brief ondertekend waarin gevraagd werd om meer diversiteit op het departement.

    Dat gaat ongetwijfeld opgelost worden. Insiders hebben andere zorgen over het functioneren van het departement. Er zou sprake zijn van ‘feminisering’, het bij voorkeur bevorderen van vrouwen ook bij gebleken ongeschiktheid, en intellectueel conformisme.  Er zou ook te weinig worden nagedacht over harde, ‘realpolitieke’ kwesties, – macht is een vies woord, aldus een betrokkene -,  en te veel aandacht uitgaan naar de softere issues: mensen- en vooral minderhedenrechten en alles wat ‘groen’ is.

    Als die trend doorzet zou dat tot de marginalisering van het ministerie kunnen leiden. De geluiden om de tent dan maar op te doeken hoor je hier minder vaak dan bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk maar ze zijn er wel en zouden wel eens luider kunnen worden. BZ zou uit de tijd zijn, nodig ten tijde van de postkoets en de postduif, maar met de huidige communicatiemiddelen overbodig. Holland Promotion, dat is nog het beste dat de sceptici met het ministerie voor hebben.

    Dat is natuurlijk veel te kort door de bocht. BZ blijft met zijn expertise, netwerken en ervaring een belangrijk kanaal voor de contacten met de echte wereld buiten de polder. Dat moet Stef Blok bewaken en als de storm weer is gaan liggen mag je hopen dat hij zich daar ten volle op kan concentreren.

     

    2 REACTIES

    1. Wat lees ik daar: Blok is minister van feminisme geworden? En zo doorgeslagen dat hij domme blondjes benoemd, om etnische conflicten op het ministerie te voorkomen, op posten die ze helemaal niet aankunnen. Maar gelukkig is Blok een fatsoenlijk man en jaagt hij niet als Trump op poesjes en poezen. Hier hebben we dus een ministerie van feminisme gekregen en in Amerika hebben ze een president die dol is op poezen en poesjes vangen. Inmiddels schijnt de Noord Koreaanse leider en Poetin helemaal weg te zijn van poezen en poesjes.

    2. Mijn subjectieve indruk is dat BZ weinig doet voor Nederlanders in het buitenland. Na de oorlog werden Engelsen en Amerikanen onmiddellijk uit Bangkok geëvacueerd. Mijn moeder, die in Bangkok weduwe was geworden, kon pas veel later met haar twee kleine kinderen met behulp van de Engelsen naar Nederland vertrekken. Nederlandse hulp was nergens te bekennen.

      Toen ik jaren later in Bangkok het graf van mijn vader zocht, kon ik niet terecht bij de Nederlandse ambassade, maar wel bij de Australische, die niet te goed was voor zo’n triviaal verzoek en mij uiterst vriendelijk geholpen heeft het graf te vinden. Keurig geadministreerd in het gebouw van een Australisch kerkgenootschap.

      Dus: opheffen die toko van adelijke, arrogante, cocktail parties bezoekende nietsnutten. Als je in problemen bent, wend je maar tot een Engelse of Australische ambassade.

    Comments are closed.