Column Toon van IJsel: Stukje

    0
    63

    Leestijd: 2 minuten.

    Hij wilde naar Australië, las IJs deze week. Want als de kruistocht in Europa stokt, dan heb je altijd de satellieten nog, zoiets.

    Arme blanke drommels die aan de andere kant van de bol vechten voor hun bestaan. Die zich te pletter werken in de outback, in de brandende zon, dag in dat uit. Eerzame burgers, goede christenen. Mensen met een missie. Maar in die uitgestrekte Australische woestijn met zijn metershoge cactussen en verlaten tankstations loert een gevaar. Een gevaar dat die dappere Ozzies niet zien aankomen, bedwelmd door de zinderende hitte. En Geert ging het ze vertellen, in hun eigen taal.

    Mooi beeld wel: Europeaan met koloniaal kapsel en hooggesloten boord spreekt Australische agrariërs toe. De boeren pruimen hun tabak, slaan met hun pet de vliegen van de revers. ‘Sluit uw grenzen, Islam goes down under’, zou hij met veel gevoel voor dramatiek declameren. De boer kneep zijn ogen dicht tegen de zon, en zou instemmend grommen.

     

    Ik zou me ook meer zorgen maken over Geert Wilders die aan je poort staat te rammelen dan over drie mammoettankers met Irakese vluchtelingen

     

    Zou, want hij kreeg geen visum. Dacht ie. En schreeuwde dus moord en brand dat die achterlijke Australiërs het vrije woord niet respecteren en dat hij daarom het land niet in mocht. Maar zo achterlijk zijn ze in Australië niet. Procedures, weet je wel, formuliertje hier, stempeltje daar, het duurt allemaal even. Ze moesten er ook over nadenken, en terecht, ik zou me ook meer zorgen maken over Geert Wilders die aan je poort staat te rammelen dan over drie mammoettankers met Irakese vluchtelingen. Maar Geert mag er gewoon in, mits hij even geduld heeft. Geert heeft alleen geen geduld, een revolutie kan immers niet wachten. Dus vloekte Geert totdat het ook de Australiërs te veel werd, en geloof me, Australiërs wordt het niet snel te veel.

    De Immigratieminister zei ook voor ‘extremistische provocateurs’ een visum uit te schrijven, ruimhartig als ie is. Het niet verstrekken zou Geert juist te veel podium geven, stelde hij verder, en daar had hij geen zin in, dus dat visum kwam er gewoon. Kom maar op met je geouwehoer, moet ie gedacht hebben, je bent toch zo weer weg en vergeten. Je vraagt je intussen natuurlijk wel af wat Wilders in hemelsnaam in Australië te zoeken heeft. Even serieus, wat valt er in Australië te halen dat zo’n hap uit zijn reisbudget legitimeert? Nou? IJs gaat u vertellen hoe het zit.

    Wilders zou naar Australië, gewoon, omdat ie daar zin in had. Maar een onverlaat in de fractie stelde dezelfde vraag als IJs hierboven. ‘waarom?’ ‘Waarom?’, had Geert briesend geantwoord, ‘als ik jou dat nog moet uitleggen, dan zoek je maar een andere fractie!’, behendig gebruik makend van zijn specialiteit: oud-Hollandsch drogredeneren. De Australiërs stelden hem dezelfde vraag, en hadden nog nooit van meneer Kortenoeven gehoord, en stonken dus niet in het antwoord. Geert haalt in zo’n geval een ander amusant gezelschapsspel van zolder: opstoken. Veel herrie maken, schreeuwen om aandacht en rechtvaardigheid. Stukje angstbeeld erbij, stukje wantrouwen, stukje demagogie. Lekker. Heel effectief op het Binnenhof, maar in de frisse lucht van Canberra volslagen absurd. Waarmee die nuchtere Australiërs doen wat politiek Den Haag de afgelopen jaren niet kon: het angstbeeld pareren, en vertrouwen op de burger – zo dom is ie niet.

    Lees hier eerdere columns van Toon van IJsel

    Volg Frontbencher.nl op Twitter

    Volg Frontbencher.nl op Facebook