Thieme had moeten gedogen

    1
    85

    Leestijd: 2 minuten.

    Kleine politieke partijen hebben doorgaans niet veel macht. Maar als een kabinet zoekt naar een meerderheid in de Tweede of Eerste Kamer, spelen zij plotseling wel een rol van betekenis. De Partij voor de Dieren heeft de kans om invloed uit te oefenen laten liggen.

    Omdat het Nederlandse politieke systeem geen kiesdrempel kent, kunnen de kleinste – splinter – partijen hier een Kamerzetel bemachtigen. Normaal hebben die weinig in de melk te brokkelen. Veelal worden ze door hun grote concurrenten weggezet als one-issuepartijen en activisten die ook zo nodig de politiek in moeten.

    Maar de rol van de kleine politieke partijen in Nederland is fundamenteel veranderd. Nederland wordt als sinds 2010 geregeerd door een kabinet dat zoekt naar steun voor een meerderheid, of het nu de Tweede of de Eerste Kamer betreft. Om politiek overeind te blijven, leurt de regering bij de andere partijen om steun.

    De kleine partij SGP snapt hoe het werkt. In ruil voor steun bij stemmingen, dwongen de gereformeerden bij het kabinet Rutte I heel wat af. Het schrappen van het verbod op godslastering werd vertraagd, de weigerambtenaar bleef in stand en er kwamen meer landbouwsubsidies bij.

    Vorige maand sloot het Rutte II een akkoord met D66, ChristenUnie en SGP over de begroting voor 2014. VVD en PvdA komen in de Senaat zetels te kort voor een meerderheid. Met de steun van de gedoogpartners komen ze in de Eerste Kamer uit op 38 zetels, een minieme meerderheid.

    Wat de SGP kan, dat kunnen wij ook, heeft de ChristenUnie gedacht. GroenLinks is nog herstellende van een zwalkende koers en doet er verstandig aan even aan de zijlijn te blijven staan. 50 PLUS komt net kijken en heeft er momenteel veel aan om lijnrecht tegenover het kabinet te gaan staan. Al die argumenten gaan niet op voor de Partij voor de Dieren.

    In een politieke situatie waarin een kabinet zoekt naar meerderheden, kunnen kleine partijen veel binnenhalen. Hun machtspositie is opeens groot. Daarom is het niet te begrijpen dat de Partij voor de Dieren van Marianne Thieme die kans heeft laten lopen, vorige maand bij de vorming van een gedoogcoalitie. Smeed het ijzer als het heet is.

    Thieme liep weg bij de onderhandelingen met VVD en PvdA en deed haarzelf daarmee geen dienst. In ruil voor haar steun, had ze politiek concessies kunnen afdwingen op het gebied van dierenwelzijn. Bovendien zit een groot deel van de bevolking nu niet op nieuwe verkiezingen te wachten. Steun aan de coalitie had haar in die zin bij een groot deel van de bevolking good-will opgeleverd.

    Maar de belangrijkste reden om steun te geven, was om ervaring op te doen. Hoe ver kan ik gaan? Hoe serieus nemen ze mijn agenda? Hoe nut ik mijn verworvenheden publicitair het beste uit? Hoe constructief zijn mijn nieuw partners? Dat is ervaring opdoen in het het geven van gedoogsteun.

    Belangrijk, want in de huidige Nederlandse politieke situatie, waarin de PVV van Geert Wilders een grote punt uit het electoraat snoept, ligt het voor de hand dat ook komende kabinetten op zoek moeten gaan naar steun voor een meerderheid. Volgens sommigen creëert dat de situatie dat kleine – splinter – partijen onevenredig veel macht in handen hebben. Je zult toch gek zijn die niet te pakken.

    1 REACTIE

    1. Naar mijn mening heeft de PvdD er juist goed aan gedaan niet in te stappen. De partij is namelijk een protestpartij bij uitstek. De stem op de PvdD van de kiezer is niet zelden een tegenstem. Houdt u zich vooral verre van samenwerking met establishment, mevrouw Thieme!

    Comments are closed.