Twee maten

    0
    94

    Leestijd: 2 minuten.

    Alle media brachten het prominent afgelopen weekend: premier Rutte had de Turkse president Erdogan gebeld met een indringende boodschap. Het moest afgelopen zijn met de Turkse bemoeienis met Nederlandse aangelegenheden. Nederland accepteert niet dat Ankara een heksenjacht organiseert op hier wonende aanhangers van de Gülen-beweging. Wat Erdogan Rutte heeft geantwoord, vermeldden de berichten niet en het is nog steeds niet bekend. Maar wat hij heeft gedacht valt niet moeilijk te raden: je kunt de pot op, Rutte.

    Want de Turkse regering is niet van plan zich door iemand de les te laten lezen. Na de mislukte staatsgreep van vorige maand eigent zij zich het recht toe de schuldigen, of degenen die zij daarvoor aanziet, zonder vorm van proces uit hun functie te zetten, op te sluiten en als het zo uit komt te martelen. Die schuldigen zijn alle al dan niet vermeende aanhangers van de islamitische geleerde Gülen, een vroeger vriendje van Erdogan met wie hij ruzie kreeg en die nu naar de Verenigde Staten is gevlucht. Een duidelijk bewijs is mij tot dusver nog niet onder ogen gekomen, maar dat Gülen achter de coup zat is voor Ankara geen enkel punt van discussie.

    Nederland heeft, net als andere Westerse landen, geprotesteerd tegen de Turkse strafexpedities op (veronderstelde) coupplegers. Op voorzichtige toon, want Turkije is een bevriende natie, NAVO-lid en zelfs kandidaat-EU-lid. Het is bovendien een essentiële schakel in de aanpak van de vluchtelingenstroom vanuit Syrië.

    Erdogan en zijn regering zien die protesten echter als inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Hoe kunnen Rutte en zijn ministers dan klagen over Turkse bemoeienis met Gülen-aanhangers die in Nederland verblijven? Dat is toch met twee maten meten?

    Blijkbaar stellen de Turken het uiten van bezorgdheid over de schending van mensenrechten binnen hun grenzen op één lijn met het tegen elkaar ophitsen van Nederturken in Rotterdam of Deventer. Met een regering die zo redeneert is elk zinnig gesprek onmogelijk.

    Het enige principiële antwoord zou zijn: het verbreken van de diplomatieke en andere banden met Turkije. Die zouden pas hersteld mogen worden als Erdogan zich bereid toont met dezelfde maten te meten als wij.

    Maar dat zal niet gebeuren. Want Turkije is een bevriende natie, NAVO-lid, potentieel EU-lid, een onmisbare schakel in de aanpak van de Syrische vluchtelingenstroom. Er zit dus niets anders op dan dapper door te gaan met machteloos protesteren en het uiten van heilige verontwaardiging over “de lange arm van Ankara”.

    fons

    Fons Kockelmans werkte jarenlang in Den Haag als parlementair verslaggever. Hij schreef onder meer het boek De Haagse Werkelijkheid. In oktober verscheen zijn nieuwe boek ‘Van verzuiling tot versplintering. De Nederlandse politiek sinds de Nacht van Schmelzer’.

    Bekijk meer opinie op Achterkamertjes.nl

    Bekijk hier het volledige overzicht van alle peilingen

    Volg Frontbencher op twitter

    Like Frontbencher op Facebook