Tweede Kamerleden willen de senaat in

    2
    405

    Leestijd: 2 minuten.

    Heel wat kandidaat-senatoren hebben een verleden als Tweede Kamerlid. Van de huidige lijsttrekkers bij de Eerste Kamerverkiezingen zaten Annemarie Jorritsma (VVD), Paul Rosenmöller (GroenLinks) en Mei Li Vos (PvdA) ooit in de Tweede Kamer. En dan hebben we het alleen nog maar over degenen die de lijsten aanvoeren. Bij vorige Eerste Kamerverkiezingen was dat niet anders. Ook toen stonden diverse ex-Tweede Kamerleden kandidaat.

    Maar bij de huidige verkiezingen is een nieuwe trend zichtbaar. Maar liefst twee partijen hebben een zittend (dus niet een gewezen) Tweede Kamerlid op nummer 1 van hun kieslijst gezet. Dat zijn Martin van Rooijen van 50PLUS en – zoals gisteren bekend werd – Selçuk Öztürk van DENK. Wat beweegt iemand om een zetel in de rechtstreeks gekozen en (op papier in elk geval) veel belangrijker Tweede Kamer op te geven voor een plekje in de senaat?

    Er kunnen privéoverwegingen zijn. Daar zullen we het hier niet over hebben. Maar vermoedelijk is er ook door de partijen druk uitgeoefend op deze Tweede Kamerleden om

    Selçuk Öztürk

    zich verkiesbaar te stellen voor de Eerste Kamer. Doordat het kabinet daar zijn meerderheid gaat kwijtraken, neemt de betekenis van een sterke senaatsfractie toe. De zetels in de Tweede Kamer zijn toch al veilig gesteld, dus zetten de partijen alles op alles om ook in de Eerste Kamer een zo groot mogelijke fractie op de been te brengen. Een beetje kiezersbedrog – waarvan toch sprake is als een Tweede Kamerlid zonder dringende noodzaak zijn zetel opgeeft – vinden zij blijkbaar geoorloofd. De partijen gaan er kennelijk van uit dat bekende gezichten op de senaatslijst tot betere resultaten zullen leiden bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten. Want die, en  niet de gewone kiezer, bepalen de nieuwe samenstelling van de Eerste Kamer.

    In het geval van Van Rooijen is het vertrek uit de Tweede Kamer jammer. Hij is zonder twijfel inhoudelijk het sterkste lid van de 50PLUS-fractie daar. Als het om pensioenen gaat – het hoofdonderwerp van 50PLUS – behoort hij tot het vrij selecte groepje deskundige

    Martin van Rooijen

    woordvoerders. Zijn partij doet wel of Van Rooijen ook als Eerste Kamerlid straks een politieke hoofdrol kan vervullen, maar dat is de boel een beetje voor de gek houden. Besluiten over het al dan niet verlenen van gedoogsteun aan Rutte III worden niet door de senaatsfractie genomen, maar door de partijleiders in de Tweede Kamer. Dat was bij Rutte II en Rutte I – die ook geen meerderheid hadden in de Eerste Kamer – precies hetzelfde.

    Of DENK het jammer moet vinden dat Öztürk uit de Tweede Kamer verdwijnt, is een andere vraag. Öztürk is nogal een opgewonden standje, zo is de afgelopen jaren herhaaldelijk gebleken. Hij kan vreselijk tekeergaan en blijkt niet altijd feiten nodig te hebben om anderen fel te beschuldigen. Zo moest hij vorig jaar al eens wegens luidruchtigheid uit de Kamer worden gezet. En een paar weken terug liep een confrontatie tussen hem en een PVV-Kamerlid bijna op een vechtpartij uit. Öztürk zou het in de senaat – waar de toon altijd wat bezadigder is dan in de Tweede kamer – nog wel eens lastig kunnen krijgen. Maar misschien stelt de DENK-achterban zijn wilde gedrag wel op prijs.

    2 REACTIES

    1. Het gaat er om om de juiste man/vrouw op de juiste plaats te krijgen om het Volk en Vaderland optimaal te dienen. Het is toch fantastisch om te zien dat er leden van de Tweede Kamer zijn, die voor het welzijn van Volk en Vaderland een persoonlijk offer willen brengen. Zij zijn voor mij symbolen van dienstbaarheid en offer gezindheid. Ik begrijp steeds beter waarom ik nooit de politiek ben ingegaan. De reden is: te weinig dienstbaarheid en geen neiging tot offer bereidheid. Twee essentiele eisen om een integer en betrouwbaar politicus/politica te zijn, zo zien we nu weer.

    2. Bij WNL op zondag 17 februari zaten niet alleen Annemarie Jorritsma (VVD), Paul Rosenmöller (Groen Links) en Mei Li Vos (PvdA), maar ook Ben Knapen voor het CDA, Annelien Bredenoord voor D66 en Henk Otten voor Forum voor Democratie.
      Wat mij opviel bij Thierry Baudet geldt ook voor Henk Otten: hun argumenten zijn goed, maar ze weten die niet over het voetlicht te brengen. Henk Otten had de neiging anderen te interrumperen met niet geheel terzake doende argumenten (migranten) en dan werd hem al gauw de mond gesnoerd. Als het hem lukte om het woord te krijgen tussen al die ervaren debaters, dan liet hij toe dat anderen hem in de reden vielen, waardoor hij de draad kwijt raakte. De anderen kregen/namen veel meer de tijd om hun argumenten onweersproken te etaleren en Henk Otten was niet in staat die duidelijk te weerleggen.
      Een cursus debatteren is hoognodig. Zijn er geen FvDers die vlotter van de tongriem zijn gesneden en ad rem met humor en sarcasme kunnen debatteren?

    Comments are closed.