Wie maakt zich druk om het Europarlement?

    7
    629

    Leestijd: 2 minuten.

    De Provinciale Statenverkiezingen zijn nog niet voorbij of er staat alwéér een stembusgang voor de deur. Op 23 mei kiezen we een nieuw Europees parlement. Dat wil zeggen: we mogen het kiezen. Want veruit de meeste stemgerechtigden zullen van deze mogelijkheid geen gebruik maken. Sinds de vijfjaarlijkse Europese verkiezingen in 1979 zijn ingevoerd, bleef de opkomst vrijwel steeds onder de 50 procent. Alleen de eerste twee keer lag ze daar boven, zij het de tweede keer nog maar nipt. Bij de laatste verkiezingen voor het Europees parlement, in 2014, kwam slechts 37,3 procent van de stemgerechtigden opdagen. Dat was overigens nog een stuk meer dan het dieptepunt in 1999. De opkomst in dat jaar bedroeg niet meer dan 30 procent.

    Uit dat laatste blijkt dat de geringe belangstelling voor de Europese verkiezingen zeker niet alleen het gevolg is van het negatieve imago van Brussel. Immers: twintig jaar terug was de EU nog vrijwel onomstreden, en toch bleef de overgrote meerderheid van de kiezers thuis.

    De meest voor de hand liggende verklaring voor de lage opkomst is de onwetendheid over het Europees parlement. De indruk bestaat dat dit een weliswaar geldverslindend, maar volstrekt onmachtig kletscollege is, dat niets te vertellen heeft. In de eerste jaren van het Europarlement klopte dat beeld grotendeels. Maar inmiddels hebben de EU-volksvertegenwoordigers wel degelijk invloed en zeggenschap verworven. Heel veel Europese wet- en regelgeving komt niet tot stand zonder hun medewerking. Al heeft het Europarlement nog lang niet de status van nationale volksvertegenwoordigingen.

    Een ander groot bezwaar van het Europees parlement is de onbekendheid van de kandidaten. Stellen in bijvoorbeeld buurland België wel eens oud-premiers zich verkiesbaar, op de Nederlandse lijsten prijken doorgaans slechts namen van de tweede of derde garnituur. In het gunstigste geval betreft het vergane glorie van de eerste garnituur, zoals ex-minister Hanja Maij-Weggen in de jaren negentig. Een politicus die zijn (of haar) sporen verdiend heeft, gaat echt niet op een Europese lijst staan. Hooguit is het Europarlement een opstapje voor jongeren die een mooie toekomst in de binnenlandse politiek nastreven. Zie Camiel Eurlings, die na een carrière in Brussel en Straatsburg, minister werd. (En met wie het vervolgens slecht afliep, maar dat is een ander verhaal).

    Er worden wel eens pogingen ondernomen om het Europees parlement aantrekkelijker te maken voor de kiezer. Zo klinkt soms de roep om het dubbelmandaat weer in te voeren. Een dubbelmandaat betekent dat je lid kunt zijn van twee parlementen tegelijk. Bijvoorbeeld van zowel de Tweede (of Eerste) Kamer als van het Europarlement. Tot 2003 bestond die mogelijkheid, maar toen werd ze afgeschaft. Want wie heeft er tijd voor twee drukbezette banen, die ook nog eens een heleboel reistijd vergen?

    PvdA-Europarlementariër (en ex-FNV-voorzitter) Agnes Jongerius opperde enkele jaren terug dat daar wel een mouw aan te passen moest zijn. Hoe, dat vertelde ze er niet bij. In een interview zei ze dat het dubbelmandaat zou zorgen voor een ‘nationaal perspectief’ bij Europarlementariërs. Iemand die tegelijk lid is van de Tweede Kamer zal politieke vraagstukken eerder door een Nederlandse bril bekijken, verwachtte ze.

    Misschien is dat waar. Maar hoe je je werk goed kunt doen als je voortdurend in auto, trein of zelfs vliegtuig moet zitten, op weg van Den Haag naar Brussel en/of Straatsburg, is onduidelijk. Ooit vervulden landelijke politieke kopstukken als de latere premier Barend Biesheuvel en de toekomstige minister en Eurocommissaris Henk Vredeling een dubbelmandaat. Maar dat was in een tijd toen Europarlementariërs nog niet rechtstreeks gekozen werden. En toen dit parlement inderdaad niet meer was dan een vrijblijvende praatclub.

    7 REACTIES

    1. Vandaag bij NU.nl en NOS-teletekst het negatieve bericht dat Henk Otten (FvD) grote kritiek zou hebben op Thierry Baudet; dat zou blijken uit een interview van Henk Otten met het NRC.
      Ik heb het NRC er dus maar eens bij gehaald en het interview gelezen; en wat blijkt: Otten heeft inderdaad wat kritiekpuntjes maar niets ernstigs en daar wordt in het bestuur over gepraat en dat wordt opgelost. Kern van het betoog is dat FvD meer is dan alleen Baudet en Hiddema.
      Een heel net en reëel interview.

      Dus vraag je je af waarom onze staatspropagandamedia opzettelijk bezig zijn om FvD te destabiliseren in de media om zo het aantal kiezers op die partij terug te dringen. Ik weet het antwoord wel. NOS en NU.nl zijn door Kajsa Ollongren aangeduid als media “waarop we kunnen vertrouwen”.
      Wie zijn verstand op orde heeft weet echter wel beter; manipulatie van kiezers door NU.nl en NOS op verzoek van onze overheid, ligt zeer voor de hand.

    2. Ik zie een geweldige ontwikkeling: was de opkomst in 1999 niet meer dan 30%. Zo’n vijftien jaar later wisten dankzij de bruggen bouwende volksvertegenwoordigers de kiezers dat het EUparlement wel degelijk van groot belang is en steeg de opkomst met maar liefst meer dan 7%. De EU vertegenwoordigers zie en hoor je nauwelijks ondanks het feit dat zij beweren doorlopend het hele en eerlijke verhaal vertellen en doorlopend verantwoording afleggen aan de mensen die zij beweren te vertegenwoordigen. Haar status is laag en vertegenwoordigen zij nu het belang van het eigen land, of die van Europa? Wie het weet mag het zeggen. Hier komt bij dat eigen volk eerst bij alle aangesloten lidstaten hoog in het vaandel staat. Maar dat de opkomst laag is begrijpen de meeste dames en heren politici niks van, ondanks hun warme band met de kiezers en zij goed weten wat er onder de kiezers leeft.

      • Hoe groter de staat, hoe minder de individuele burger er invloed op kan uitoefenen en hoe minder hij interesse krijgt in de instituten van de macht. Het lijkt onmogelijk om grote landen democratisch te besturen. Democratie verwordt tot een systeem om de cipiers van de burgers te kiezen. Het beste voorbeeld is het Romeinse rijk dat een dictatuur werd toen het zijn macht uitbreidde rond de Middellandse Zee. China en Rusland zouden uit elkaar vallen als iedereen zijn zin kreeg en Amerika is verworden tot een plutocratie die ook de gevaarlijke kant op gaat. Burgers hebben geen zin om mee te doen met deze schijnvertoning. Als Brusselse politici echt populair willen worden, kunnen ze als symbolische daad hun salarissen aanpassen aan de armste lidstaat en het circus van Straatsburg afschaffen.
        Anders zullen ze voor altijd doorgaan voor niet serieus te nemen zakkenvullers

    3. Ik. Heel druk. Vooral het vooruitzicht het op te heffen daar maak ik me druk over, vooral enthousiast. En blij.

    4. Wat ook een reden is voor de desinteresse is het feit dat Nederland slechts 26 zetels heeft in het Europees parlement dat meer dan 770 leden telt. Nederland is de SGP van Europa en heeft daarom , als puntje bij paaltje komt, niets in de melk te brokkelen.

    5. Gister bleek maar weer hoe serieus de parlementariërs hun werk daar voor ons land nemen.
      Niet dus!
      Het is om dat PVV ook gruwelijk faalde! anders had ik geschreeuwd: Sabotage!!
      Als dit al gebeurt, hoe moet het dan wanneer zij 2 tempels moeten dienen?
      Hoe moet het dan Wanneer er op beide plaatsen een stemming plaatsvindt?
      Het dienen van 2 goden loopt meestal slecht af of niet vd Staaij?
      Heel de EU is 1 grote bende

    6. Gebrek aan interesse voor het Europarlement spruit voort uit het feit, dat de meeste mensen de EU wel toejuichen als instituut, dat handelsbarrieres heeft opgeruimd en onze welvaart heeft verhoogd, maar tegelijkertijd een supranationaal monster is dat o.a. de volgende ongemakken heeft veroorzaakt:
      verspilling van ons geld; wij kunnen over veel zaken niet meer zelf beslissen (bijvoorbeeld migratie); onze pensioenen kwijnen weg dank zij de EURO; de soms kinderachtige bedilzucht (trefwoorden “gloeilamp” en “pulsvisserij”)

    Comments are closed.