Wilders zoekt jaknikkers voor gemeenteraden

    0
    391

    Leestijd: 2 minuten.

    De Tweede Kamerverkiezingen zijn nog maar nauwelijks achter de rug of de volgende stembusgang dient zich alweer aan. Op 21 maart 2018, over minder dan een jaar dus, mogen we nieuwe gemeenteraden kiezen. Voor partijen die het op 15 maart minder goed hebben gedaan dan ze hoopten, biedt dit de mogelijkheid van een herkansing. Voor de PVV bijvoorbeeld.

    Die won bij de Kamerverkiezingen weliswaar 5 zetels en werd met 20 zetels de tweede partij, maar vergeleken bij peilingen van een paar maanden terug was de uitslag toch een tegenvaller. In januari stond de PVV nog met zo’n 35 zetels royaal op kop en leek ze onbedreigd op weg om de grootste partij van het land te worden. In de kabinetsformatie had ze dan een prominente rol kunnen spelen, terwijl ze nu zonder noemenswaardige discussie naar de oppositiebankjes is afgevoerd.

    De Tweede Kamer blijft ook in de toekomst de core business voor Geert Wilders, maar op lokaal niveau zou hij graag de positie van zijn partij versterken. Partijen die er in gemeenteraden toe doen, tellen vanzelf landelijk ook meer mee. De PVV is nu alleen in Den Haag en Almere in de raad vertegenwoordigd. Wilders heeft via Twitter (hoe anders?) bekend gemaakt dat hij volgend jaar ook wil deelnemen in Rotterdam, Enschede, Almelo, Twenterand en Urk. Allemaal gemeenten waar de PVV bij de Kamerverkiezingen uitstekend scoorde.

    Toch blijven de ambities van Wilders bij de gemeenteraadsverkiezingen bescheiden. In Limburg, de provincie waar hijzelf vandaan komt en waar hij ook veel aanhangers heeft, gaat de PVV niet proberen raadszetels te verwerven. Ook in Volendam, waar de partij eveneens populair is, zal ze volgend jaar niet verkiesbaar zijn. Waarom die terughoudendheid? Is Wilders bang voor tegenvallende resultaten?

    Waarschijnlijk is dat niet zijn belangrijkste overweging. Het  probleem voor de PVV is vooral het vinden van geschikte kandidaten voor een raadszetel. De partij heeft al de grootste moeite om voldoende gegadigden te vinden voor de Tweede Kamer. Dat komt vooral door de organisatievorm van de PVV. Dat is geen partij, maar een vereniging, met slechts één lid: Wilders zelf. Er zijn dus geen lokale afdelingen waar talenten komen bovendrijven, zoals bij andere partijen. Wilders kan niet veelbelovende leden een tijdlang observeren om te zien of ze ook werkelijk in aanmerking komen voor een politieke functie. Hij moet zijn kandidaten werven via een sollicitatieprocedure, zoals een bedrijf dat personeel zoekt.

    De praktijk bij de PVV wijst uit dat dat niet de ideale methode is. Bovendien stelt Wilders aan kandidaat-politici eisen die personen met capaciteiten waarschijnlijk niet erg zullen aanspreken. Wie voor de PVV op een kieslijst wil moet uitermate loyaal en dienstbaar zijn en zich altijd willen schikken naar de wensen van de grote leider. Dwarsliggers kan hij niet gebruiken; die worden er zo snel mogelijk weer uitgeknikkerd, of ze vertrekken uit zichzelf. De lijst van ex-PVV’ers is dan ook lang.

    Wilders zou de structuur van zijn partij natuurlijk eenvoudigweg kunnen veranderen, zodat het scouten van talenten makkelijker wordt. Maar als hij leden zou toelaten, die de macht hebben je op congressen af te zetten, zou hij niet meer de absolute baas zijn. En dat is wat hij boven alles wil. Dan maar wat minder kieslijsten en minder kandidaten. Zolang ze maar altijd braaf ja en amen knikken.