Wilt u afronden?

    0
    313

    Leestijd: 2 minuten.

    De Tweede Kamer heeft het druk, druk, druk. Want er zijn veel te veel debatten en die debatten duren en duren maar. Dat komt doordat Kamerleden hun spreektijd tot in het oneindige oprekken, zich willen bemoeien met de kleinste details en aan de lopende band moties en amendementen indienen. De stemmingen over wetsvoorstellen nemen dan ook onvoorstelbaar veel tijd in beslag. Kamerleden hebben bovendien de gewoonte bij het minste en geringste een spoeddebat aan te vragen. Daardoor is er een gigantisch stuwmeer van wel goedgekeurde, maar nog niet ingeplande debatjes ontstaan. Debatjes die wellicht ooit zullen plaatsvinden, maar dan wel op een moment waarop het onderwerp al lang niet meer actueel is.

    Hoe dit probleem op te lossen? Een buitenstaander zou zeggen: simpel. De Kamer moet zich alleen met de politieke hoofdlijnen bemoeien en de techniek aan ambtenaren overlaten. En bovendien moeten Kamerleden zich aanzienlijk beperken met moties, amendementen en spoeddebatten. De agenda komt er dan een stuk overzichtelijker uit te zien.

    Maar zoiets zal nooit gebeuren. Want al die debatten en eigen voorstelletjes bieden de kans op publiciteit, en die laat een rechtgeaarde politicus niet lopen. Waardoor de Kameragenda steeds voller wordt, in plaats van leger.

    Is daar nu helemaal niets aan te doen? De Kamer benoemde (het zal eens niet) een commissie die zich over haar reglement van orde moest buigen. Misschien dat er door enkele aanpassingen van deze huisregels toch wat lucht zou kunnen ontstaan. Die commissie stond onder voorzitterschap van Kees van der Staaij, de fractieleider van de piepkleine SGP.

    Dat is zoiets als de kalkoen benoemen tot voorzitter van een commissie die moet adviseren over het kerstdiner. Want de enorme werkdruk van de Kamer komt voor een belangrijk deel doordat er te veel fracties zijn, die allemaal het woord willen voeren en eigen plannetjes willen opperen. Was er, bijvoorbeeld, een hogere kiesdrempel dan zouden de kleine partijen (waaronder de SGP) afvallen. Dat zou zorgen voor een aanzienlijk overzichtelijker vergaderweek. Maar als je het bestaande Nederlandse kiesstelsel als het summum van democratie beschouwt, moet je ook niet zeuren. Dan maar ellenlange debatten.

    De commissie-Van der Staaij zegt dat allemaal niet. Eigenlijk zegt de commissie-Van der Staaij helemaal niks bijzonders. Ze loopt met een grote boog om allerlei angels en voetklemmen heen en adviseert alleen wat kleine aanpassingen in het Kamerreglement. Er moet meer in commissiezaaltjes vergaderd worden in plaats van in de plenaire zaal. De stemmingen moeten op een ander moment plaatsvinden. Dat werk dus. Helpen zal het absoluut niet.

    De commissie heeft zich ook gebogen over het vragenuurtje waarmee de Kamer op dinsdag haar vergaderweek opent. Niemand, met uitzondering van enkele specialisten en politieke junks, kijkt daar ooit naar. Dat is heel begrijpelijk, want het vragenuurtje is zowat het saaiste moment in de doorgaans toch al heel saaie bezigheden van de Kamer. De vragen hebben vrijwel steeds betrekking op dingen die al dagen geleden in de media hebben gestaan. Waardoor kabinet en Kamer er al lang op hebben gereageerd. En ze er dus niets nieuws meer over te melden hebben. Of de vragen gaan over kleinigheden die sowieso niemand interesseert.

    En wat doet de commissie-Van der Staaij? Stelt zij voor het vragenuurtje maar af te schaffen? Nee hoor. De commissie wil het ‘verlevendigen’ door het aan minder strakke voorschriften te binden. Zou ze nu echt zelf geloven dat dat iets uitmaakt?