Xi heeft slecht begin van Jaar van de Rat

    0
    191

    Leestijd: 4 minuten.

    Het Jaar van de Rat is niet goed begonnen voor de Chinese president Xi Jinping. De coronavirusepidemie is de grootste crisis tijdens het nu achtjarige bewind van de Opperste Leider. En dat terwijl 2019, het Jaar van het Varken, met de opstand in Hongkong ook al niet om over naar huis te schrijven was.

    Het virus heeft inmiddels 170 doden geëist en minstens 7700 mensen zijn geïnfecteerd. Een groot aantal steden en regio’s is onder quarantaine gebracht. Hoe groot de economische tol zal zijn, is in dit stadium nog onbekend. Ga er maar van uit dat het aanzienlijk zal zijn. Economen houden rekening met een ernstige afvlakking van de groei en dat terwijl de motor toch al hapert. Ook voor de wereldeconomie is het uitbreken van de epidemie slecht nieuws. China heeft als tweede economie, en fabriek, van de wereld een sleutelrol in de voor zijn handelspartners vitale productie- en aanvoerlijnen. Een blik op de lusteloze beurzen maakt duidelijk hoe groot de zorgen zijn.

    Maar de crisis brengt voor Xi en co nog een ander zorgwekkend feit aan het licht. Het regime kan niet omgaan met plotselinge, onvoorziene crises. Toen 17 jaar geleden een vergelijkbare epidemie, Sars, uitbrak, werden de autoriteiten daardoor volledig overvallen. Niets dat had moeten functioneren, werkte. Het werd een onbeschrijflijke chaos. Te weinig beschikbare bedden, geen betrouwbare informatie en, vooral, een bewind dat zich er op laat voorstaan alles onder controle te hebben, werd betrapt met zijn broek op de enkels

    Je zou zeggen dat ze daarvan geleerd hebben. Maar daar wijst niets op. In tegendeel, het lijkt verdomd veel op een herhaling van de Sars-crisis. Weer overvallen, opnieuw slecht voorbereid en ook dit keer geen betrouwbare informatie. De daadkracht lijkt nu groter, met het uit de grond stampen van noodklinieken, maar dat bewijst alleen maar hoe onvoorbereid ze waren.

    De kritiek en volkswoede richten zich nu vooral op de burgemeester van de miljoenenstad Wuhan waar de epidemie is uitgebroken. De eerste aanwijzingen dat er iets mis was, waren in december al bekend. Hij zou te laat de betreffende autoriteiten hebben gealarmeerd en daardoor effectief ingrijpen hebben verhinderd. De burgemeester bekende schuld, daar zit in China weinig anders op, maar weigerde niettemin als enige het boetekleed aan te trekken.

    Hij wees met een beschuldigende vinger naar Beijing. De bonzen in de hoofdstad hadden hem niet op tijd gemachtigd om op te treden. Toen ze eindelijk in actie kwamen, was het al te laat. De ziekte was al op grote schaal uitgebroken. Deze openhartigheid zal hem ongetwijfeld de kop kosten. Maar hij heeft intussen weer eens de schijnwerper op een zwakke plek in het systeem gericht.

    De eerste reactie van lokale potentaten bij ongelukken en rampen in hun gebied is het verzwijgen, verbloemen en verdonkeremanen van de aard en omvang. De grote jongens in Beijing moeten niet ‘voortijdig’ op de hoogte worden te gebracht. Dat zou wel eens de indruk kunnen wekken dat zij, de kleine jongens, de zaak niet onder controle hebben. Met alle consequenties van dien.

    Als de zaak toch uitkomt, en dat gebeurt natuurlijk, herhaalt zich dit op alle tussenliggende niveaus tot ze aan het einde van de keten op het bureau belandt van de echt grote jongens. Ook daar is de aanvechting vaak groot om het probleem te bagatelliseren. Want dat zou betekenen dat zij te laat hebben onderkend dat er iets groots, ernstigs of zelfs rampzaligs aan de hand is.

    Dat kan natuurlijk niet bij een partij die altijd alles weet en voor alles de oplossing paraat heeft. Het eind van het liedje kan waarschijnlijk elke Chinees in zijn slaap opdreunen. Of het nu gaat om het vergiftigen van rivieren, de onleefbaarheid van de grote steden en reddingsacties bij aardbevingen of overstromingen, de overheid komt vrijwel altijd te laat in actie.

    In een democratie zou dit al gauw het einde betekenen van de verantwoordelijke politici. Ze treden al dan niet gedwongen af en anders stuurt de kiezer hen bij de eerst volgende gelegenheid naar huis. Maar in China is de burger onderdaan en blijft de top altijd buiten schot. Xi heeft als president voor het leven meer macht dan al zijn voorgangers sinds Mao, maar aansprakelijk is hij niet. De rekening voor het falen gaat altijd naar de onderknuppels. Zij worden op de social media het mikpunt van de volkswoede en het zijn hun koppen die rollen. De president is onaantastbaar, net als vroeger de keizer.

    Dat hoeft niet te betekenen dat Xi’s gezag geen schade oploopt. Het zorgvuldig opgebouwde imago als nieuwe Grote Roerganger, zal ongetwijfeld krassen krijgen. Xi kan de epidemie niet afschuiven op de ‘sinistere buitenlandse krachten’ die de aanstichters zouden zijn van het oproer in Hongkong. Dit is puur en alleen het gevolg van het falen van zijn systeem dat elk eigen initiatief op de lagere echelons verlamt. Alleen, in China zelf heeft dat geen gevolgen. Niemand zal het in zijn hoofd halen om Xi weg te sturen.

    In het buitenland ligt dat anders. Xi wil China graag verkopen als een superieur alternatief voor het westerse, democratische model. Het gekluns rond het uitbreken van de corona-epidemie is geen reclame. Zijn soft power heeft een flinke knauw gekregen. Toch, in één opzicht heeft hij bij alle rampspoed geluk. Het westerse model heeft in Donald Trump een allesbehalve ideale pleitbezorger.